overwinnen

/ˌovərˈwɪnə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een tegenstander of zwakte onder de knie krijgen
    Hij overwon zijn angst voor het water en nam zwemles.
werkwoord
  1. ov, verouderd (ov) (verouderd) gewin overhouden, sparen
    Dog het is waar, dat wanneer een behoeftige Vreemdeling, in dit Land eenigen tyd gewoond, en eenigen rykdom overgewonnen hebbende, zig laat Naturaliseren, hy daardoor alsdan in staat raakt, om dat gewonnen geld met voordeel te besteeden in 't koopen van land, ...1753 September blz 214 Nederlandsch gedenkboek of Europische mercurius

Vertalingen

Engelstriumph over, defeat
Franssurmonter, franchir, vaincre
Spaansderrotar, vencer