overwelving

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets dat een ruimte met een boog overspant en van boven afsluit
    Toch moet elk beeld dat in zo'n bepalend, monumentaal gebouw wordt neergezet, zich meten met die immense overwelving. Dat is niet eenvoudig voor moderne beelden, die het zonder sokkel moeten doen en zich daardoor niet kunnen isoleren van de omringende ruimte. Wat dat betreft hebben de monumentale beelden een streepje voor. NRC Renée Steenbergen 17 juni 1994 [https://www.nrc.nl/nieuws/1994/06/17/piramides-met-een-zwanehals-negentig-hollandse-beelden-7228618-a716830 Piramides met een zwanehals; Negentig Hollandse beelden in de Haagse Grote Kerk]

Etymologie

* van overwelven

Vertalingen

Engelsarched over, arch