Overweg
mannelijk (de)/ˈovərˌwɛx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een kruising van een weg met een spoorbaan.De overweg was gesloten omdat er een lange goederentrein aankwam.
Etymologie
*[B] van Middelnederlands "overwech", op te vatten als
Vertalingen
Engelsrailroad crossing, along
Franspassage à niveau
DuitsBahnübergang
Spaanspaso a nivel
Italiaansincrocio ferroviario
Portugeespassagem de nível
Russischжелезнодорожный переезд
Japans踏切
Poolsprzejazd kolejowy
Zweedsplankorsning
Deensjernbaneoverskæring
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek