overvaren
/ˌovərˈvarə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) varend onder de voet lopenHet vlot met drenkelingen werd over overvaren door een mammoettanker.
werkwoord
- (erga) varend zich naar de overzijde begevenZe waren de Atlantische Oceaan overgevaren.
- (inerg) naar de overzijde varenVroeger werd er bij Kruiningen en Perkpolder overgevaren.
- (ov) iemand varend naar de overzijde brengenDe schipper besloot ondanks het gevaar de verzetsmensen over te varen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek