overvaren

/ˌovərˈvarə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) varend onder de voet lopen
    Het vlot met drenkelingen werd over overvaren door een mammoettanker.
werkwoord
  1. erga (erga) varend zich naar de overzijde begeven
    Ze waren de Atlantische Oceaan overgevaren.
  2. inerg (inerg) naar de overzijde varen
    Vroeger werd er bij Kruiningen en Perkpolder overgevaren.
  3. ov (ov) iemand varend naar de overzijde brengen
    De schipper besloot ondanks het gevaar de verzetsmensen over te varen.