overval
mannelijk (de)/ˈovərˌvɑl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- plotselinge aanval, gewoonlijk van misdadige aardBij deze overval werd twee miljoen buitgemaakt.Als je naar de cijfers kijkt, zijn er sindsdien kleine stapjes vooruitgezet, concludeert Rijnmond. Het aantal uitkeringen daalt. Er zijn meer mensen met een betaalde baan of vrijwilligerswerk. De Cito-scores op de basisschool zijn verbeterd. Het aantal voortijdige schoolverlaters is gedaald van 14 naar 9 procent. De overlast van jongeren op straat neemt af en er zijn minder high impact crimes (woninginbraak, overvallen, straatroof en geweldsmisdrijven).
- (bedrijfskunde) poging tot de overname van een bedrijf tegen de zin van de bestuurders daarvan
Etymologie
*: "overvallen" zonder de uitgang -en
Vertalingen
Engelsrobbery
Spaansatraco
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek