overspringen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. intr (intr) van het een op het andere springen
    Ze hield een zwavelstok bij de smeulende kolen, een vonk sprong over
    Zestig jaar echtpaar: beiden keken om en de eerste vonk sprong over
  2. intr (intr) over iets uitsteken, vooruitsteken
  3. ov (ov) overslaan