overrompeling

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een plotselinge gebeurtenis waar men niet op voorbereid was
    De overrompeling van het Spaanse garnizoen op Slot Loevestein door Herman de Ruiter [vond plaats in] december 1570. [http://www.rijksmuseum.nl/collectie/zoeken/asset.jsp?id=RP-T-00-1401&lang=nl Rijksmuseum]

Etymologie

* van overrompelen .