overreden

/ˌovəˈredə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. overhalen, overtuigen
    Hij laat zich, ondanks tegenzin, door haar overreden om een gedane belofte na te komen en is bereid zijn oordeel over het volk van de bouwheer bij te stellen.

Etymologie

* maar met een klinkerwisseling ij-ee (ː /ɛi/ - /e/)