overloper

mannelijk (de)/ˈovərˌlopər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) iemand die overloopt (naar de vijand)
  2. buis voor het afvoeren van overlopend of overtollig water, een overloop

Etymologie

*afgeleid van overlopen

Vertalingen

Spaanstránsfuga, pasado