overlaten

/'ovərlatə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erop vertrouwen dat een ander iets doet
    Laat dat maar aan de vakman over.
  2. maken dat er iets overblijft, niet compleet opgebruiken
    Wil je een beetje taart overlaten voor vanavond?
    We zullen wat tijd overlaten om vragen te kunnen stellen.