overkopen

/ˈovərˌkopə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets kopen van iemand die eigenaar is of koper was
    Het is niet bekend wie de tekening heeft gekocht. Mocht dat een buitenlander zijn, dan moet de Vlaamse regering toestemming geven dat het werk België verlaat of het zelf overkopen. Reformatorisch Dagblad 02-05-2016 [https://www.rd.nl/vandaag/buitenland/pentekening-rubens-geveild-voor-670-000-euro-1.543233 Pentekening Rubens geveild voor 670.000 euro]
    Daarvoor is wel voor 1 juli 50.000 euro nodig. Met dat geld kan Stadsherstel het gebouwtje overkopen van de gemeente, het achterstallig onderhoud wegwerken en weer inrichten. Het Parool JASPER PIERSMA 19 APRIL 2017 [https://www.parool.nl/amsterdam/wie-helpt-het-kleinste-politiebureautje~a4488594/ Wie helpt het kleinste politiebureautje?]
    Hondenbezitters in onder meer Nijkerk en het Noord-Brabantse Middelrode waarschuwen voor de opkopers. Er is afgelopen week in Middelrode zeker één persoon aangesproken door iemand die een hond wilde overkopen, mogelijk zijn er drie mensen benaderd door ronselaars. Tubantia 01-06-17 [https://www.tubantia.nl/binnenland/mogelijk-hondenronselaars-actief-in-nederland-voor-gevechten~a8e1f995/ Mogelijk 'hondenronselaars' actief in Nederland voor gevechten]
  2. ov (ov) tegen te hoge prijs kopen
  3. refl (refl) te veel of tegen te hoge prijs kopen