overjas

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) een jas die hoofdzakelijk als bescherming van de kleding eronder wordt gedragen
    Dankzij de overjas had hij geen smerige vlekken op zijn broek.
    Hij was gekleed in een soort militaire overjas en droeg zijn geweer in een soepel foedraal over zijn ene schouder.

Vertalingen

Engelsovercoat
Franspardessus
Spaansabrigo, gabán, paletó