overjas
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) een jas die hoofdzakelijk als bescherming van de kleding eronder wordt gedragenDankzij de overjas had hij geen smerige vlekken op zijn broek.Hij was gekleed in een soort militaire overjas en droeg zijn geweer in een soepel foedraal over zijn ene schouder.
Vertalingen
Engelsovercoat
Franspardessus
Spaansabrigo, gabán, paletó
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek