overhalen

/ˈovərˌhalə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iemand zo ver proberen te krijgen ergens in mee te gaan
    Zou je hem kunnen overhalen om op de kinderen te passen?
    De Koning begreep wel, dat hij Kleine Woord nooit zou kunnen overhalen om in Palettania te blijven. {{Aut|Herzen, Frank
  2. ov (ov) in een andere stand brengen
    Hij had de trekker niet overgehaald.
  3. ov (ov) een draad over een andere halen bij het breien

Vertalingen

Engelspersuade
Franspersuader, dissuader
Duitsüberreden, rumkriegen
Spaanspersuadir
Russischубедить, уговорить
Zweedsövertala