overgrootvader

mannelijk (de)/ˈovərɣrotˌvadər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. familie (familie) een vader van een grootouder
    Henny Huisman kwam er via verslaggevers van Shownieuws achter dat hij overgrootvader werd. Dat vertellen zijn kleindochter Emma (19, links op de foto) en haar vriend Maurits zondag in een YouTube-video.

Etymologie

* In de betekenis van ‘vader van iemands grootvader of grootmoeder’ voor het eerst aangetroffen in 1573

Vertalingen

Engelsgreat-grandfather
Fransarrière-grand-père
DuitsUrgroßvater
Spaansbisabuelo
Italiaansbisnonno
Portugeesbisavô
Russischпрадед, прадедушка
Japans曾祖父
Koreaans증조부
Arabischالجد الاعلى
Poolspradziadek
Zweedsgammelfarfar, gammelmorfar