overgieten
/ˌovərˈɣitə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) door gieten bedekkenZij overgoten de kalkoen met braadvocht.
werkwoord
- (ov) door te gieten in een ander vat brengenDe wijn werd in een karaf overgegoten en op tafel gezet.
Etymologie
*[B] van Middelnederlands """, op te vatten als
Vertalingen
Engelspour
Spaansdecantar, transvasar, trasegar
Poolsprzelewać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek