overgeblevene

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon die er nog is terwijl de anderen zijn verdwenen
    Pan stak zijn hand uit naar de vijf overgeblevenen en schudde elk om de beurt de hand.
    Toen waren wij de enig overgeblevenen in het restaurant.

Etymologie

* afleiding van overgebleven