overgeblevene
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- persoon die er nog is terwijl de anderen zijn verdwenenPan stak zijn hand uit naar de vijf overgeblevenen en schudde elk om de beurt de hand.Toen waren wij de enig overgeblevenen in het restaurant.
Etymologie
* afleiding van overgebleven
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek