overeenkomst

vrouwelijk (de)/ˌovərˈeŋkɔmst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een eigenschap die hetzelfde is bij twee of meer verschillende individuen
    Er was geen overeenkomst waar te nemen tussen de twee zussen.
  2. juridisch (juridisch) bindende afspraak waarbij partijen jegens elkaar of de ene jegens de andere de wil geuit hebben om verbintenissen (iets doen of nalaten) aan te gaan
    Er was een overeenkomst gesloten over de verdeling van het geërfde geld.
    Wat de courtage betrof moest er misschien aan worden toegevoegd dat ze een overeenkomst met de leiding van Mercurius hadden gesloten dat ze in plaats van voor loon zouden werken voor 15 procent van de opgebouwde winst.

Etymologie

* van overeenkomen

Vertalingen

Engelssimilarity, contract
Franscontrat
DuitsÄhnlichkeit, Übereinstimmung, Vertrag
Spaansanalogía, semejanza, contrato
Italiaanscontratto
Portugeescontrato
Poolsumowa, kontrakt
Zweedsöverrenskommelse