overdoen
/ˈovərˌdun/
Betekenis
werkwoord
- (ov) opnieuw doenHij moest zijn theorie-examen overdoen omdat hij de vorige keer gezakt was.
- (ov) verkopenHij wil zijn winkel overdoen aan de bedrijfsleider.
werkwoord
- (ov) met een nieuwe laag verf bedekkenJe kunt dit kastje beter met een donkere kleur overdoen.
- (ov) (ook (refl) ) uitputten, door grote inspanningen afmattenIk heb me overdaan bij het opruimen omdat ik was vergeten hoe groot de zolder is.
- (ov) aan je wil onderwerpen, onder de duim krijgenDe oude medicijnman overdoet het bijgelovige stamhoofd.
Vertalingen
Engelsmake over, do over again
Fransrefaire, recommencer
Duitsaufs Neue machen, wiederholen
Spaansrehacer, hacer de nuevo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek