overdaad
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- wat te veel isVia de kabel kunnen we een overdaad aan tv-zenders ontvangen.Hier was geen interior designer aan het werk geweest met een efficiënt, anoniem ontwerp, maar had een overdaad aan geschiedenis een wanhopig zuchtende overdaad aan weelderige sporen achtergelaten.
Etymologie
* In de betekenis van ‘exces’ voor het eerst aangetroffen in 1260
Uitdrukkingen
- Overdaad schaadt — Een te grote hoeveelheid van iets is niet goed
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek