overblijven
/ˈovərˌblɛivə(n)/
Betekenis
werkwoord
- nog overhoudenEr was nog een munt in de portemonnee overgebleven.Ik kon niet wachten om te zien wat wel en wat niet zou overblijven van mijn relaxte houding op mijn tocht.
- op school blijven tussen de lessen in de ochtend en middagTussen de middag mocht Marcel overblijven.
Vertalingen
Engelsrest, remain
Fransrester
Duitsbleiben
Spaansquedar, sobrar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek