ov-chipkaart
mannelijk/vrouwelijk (de)/oveˈtʃɪpkart/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- betaalpas en vervoersbewijs voor het openbaar vervoer waar een afleesbare microprocessor in zitJe moet de ov-chipkaart bij een betaalpoort houden als je in- en uitstapt.Hier is ze nog een politiek gevoelig speeltje voor hackers, maar in Londen is de ov-chipkaart trendy en succesvol...
Etymologie
* , geschreven zonder puntjes, met kleine letters en koppelteken volgens spellingregel 17.C (zie onder b 2)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek