ouverture
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) een meestal instrumentaal muziekstuk dat als opening fungeert van een opera of operetteDeze ouverture is overbekend, terwijl de rest van het werk zelden gespeeld wordt.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘inleidend orkeststuk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1790
Vertalingen
Engelsoverture, prelude
Fransouverture
DuitsOuvertüre
Spaansobertura
Italiaansouverture
Portugeesabertura
Zweedsouvertyr
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek