Otter
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) benaming voor zoogdieren uit het geslacht
- bepaald soort zoogdier, , een marterachtige met zwempoten en een donkere dichte bruine vachtOmdat otters grote woongebieden hebben en de dieren veel trekken, is de otter geholpen met goede ecologische verbindingszones.
Etymologie
::: ὕδρα «waterslang»
Uitdrukkingen
- zweten als een otter — heel erg transpireren
Vertalingen
EngelsEuropean Otter
Fransloutre
DuitsFischotter
Spaansnutria, ludria
Italiaanslontra
Portugeeslontra
Russischвыдра
Chinees水獭
Japans川獺, 獺
Turkssu samuru, lutr
Poolswydra
Zweedsutter
Deensodder
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek