ornitholoog

mannelijk (de)/ɔrnitoˈlox/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die veel verstand heeft van vogels; vogeldeskundige
    Voor alle zekerheid vraagt ornitholoog Anje om 'niet met flitslicht' te fotograferen. Als de kraanvogels tegen zonsondergang naar hun slaapplaats in het veengebied vliegen kunnen ze door de 'blitz' gedesoriënteerd raken. De vijftig lezers van De Twentsche Courant Tubantia begrijpen wat hun Duitse gids bedoeld. Daar zijn het natuurliefhebbers voor. Tubantia Marthy Rothe 06-11-12 [https://www.tubantia.nl/overig/natuurliefhebbers-oog-in-oog-met-duizenden-kraanvogels-diepholzer-moor~aeb5449f/ Natuurliefhebbers oog-in-oog met duizenden kraanvogels Diepholzer Moor]
    In het Amazonegebied in Brazilië zijn vijftien nieuwe vogelsoorten ontdekt. Het gaat om de grootste ornithologische ontdekking in Brazilië in meer dan 140 jaar, aldus ornitholoog Luis Fabio Silveira van de universiteit van Sao Paulo. Tubantia 24-05-13 [https://www.tubantia.nl/algemeen/vijftien-nieuwe-vogelsoorten-ontdekt-in-amazone~a8d0cb34/ Vijftien nieuwe vogelsoorten ontdekt in Amazone]
    De vogelarts groeide zelf op in die cultuur. Zijn jeugd bracht hij door in India en Nepal waar hij als kleuter al kromsnavels en zangvogels hield. Later leerde hij veel van de bekende Amerikaanse ornitholoog Bob Flemming, met wie hij veelvuldig de natuur in trok. Tubantia Willemien Weerman 06-05-17 [https://www.tubantia.nl/binnenland/deze-vogeldokter-uit-de-achterhoek-behandelt-duiven-van-een-kwart-miljoen~aa8f6b64/ Deze vogeldokter uit de Achterhoek behandelt duiven van een kwart miljoen]

Etymologie

* uit het Grieks

Vertalingen

Engelsornithologist