organiseren

/ˌɔrɣaniˈzerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een bepaalde structuur aanbrengen
  2. ov (ov) iets, vaak een evenement, tot stand brengen
    Met enige regelmaat organiseert het Museum Hengelo ook bijeenkomsten over de plaatselijke pophistorie. Hans ten Brummelhuis draait dan muziek, toont illustratiemateriaal en vertelt wetenswaardigheden.Tubantia 14-12-15 [https://www.tubantia.nl/hengelo/museum-hengelo-op-zoek-naar-jukebox~a294d36b/ Museum Hengelo op zoek naar jukebox]
    Of we organiseren hier onze eigen tantra-avond.
  3. regelen
    En als secretaresse van de Christelijke Bond van Plattelandsvrouwen hield ze zich bezig met het organiseren van sprekers, demonstraties en reisjes.
    SNP Natuurreizen biedt dit arrangement helaas nog niet aan, dus je zult het zelf moeten organiseren.

Etymologie

*Ontleend aan het Franse organiser . Het Middelnederlands kende het woord in de betekenis "orgelspelen" (Latijn organizare). Later ontleende betekenissen zijn achtereenvolgens "van organen/hulpmiddelen voorzien" en "regelen, structureren".

Vertalingen

Engelsorganize, organize
Fransorganiser, organiser
Duitsorganisieren, organisieren
Spaansorganizar, organizar