oren

/ˈorə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. bidden

Etymologie

*[werkwoord] herkomst: Jiddisj

Uitdrukkingen

  • een draai om de oren geven
  • de oren spitsenaandachtig luisteren
  • je oren niet gelovenniet kunnen voorstellen dat het gehoorde echt waar is
  • oren hebben naarergens wel mee kunnen instemmen

Vertalingen

Spaansorejas