ordinantie

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bevel dat van hogerhand gegeven is
    Naast oude boeken zijn er ook pamfletten, jaarrekeningen en ordinanties gevonden. Van Amselgeest: ,,We hebben ook 18de eeuwse bepalingen voor het gooien van vuurwerk gevonden en een ordinantie tegen het spelen van viool in een herberg.”
    Als hij Efeze 5 zo leest, staat ds. Van Campen kritisch tegenover de passage waarin het klassieke huwelijksformulier de onderdanigheid van de vrouw als „ordinantie Gods” noemt. „Is dat Gods bedoeling geweest?”

Etymologie

* uit het Frans