Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

orbita

vrouwelijk (de)/ˈɔrbiˌta/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) elk van beide holtes in de schedel waar een oog in ligt
    Oorspronkelijk wilde professor Peeroz Saeed neurochirurg worden. Maar toen hij stage liep bij het orbitacentrum van het toenmalige AMC wist hij het zeker: hier kwamen al zijn interesses samen. De orbita ofwel oogkas is een complex geheel van zenuwen, vaten, bot en weefsels en vraagt een veelheid aan expertise en specialisatie om goed te kunnen opereren.

Etymologie

*van Latijn """