Oranjerie
vrouwelijk (de)/ˌorɑɲəˈri/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) aanbouw of vrijstaand gebouw met glazen wanden, vaak gebruikt als ruimte waar men bij koud maar zonnig weer aangenaam kan verblijvenAlleen aan de vier meter hoge plafonds en de vele grote ramen is met enige fantasie te zien dat haar huis vroeger een oranjerie was. De eigenaar van buitenplaats Rusthof beschermde in dit pand zijn sinaasappelbomen en andere exotische gewassen tegen de Hollandse kou.
Etymologie
*van "orangerie", ruimte waar de sinaasappelboom (: "oranger") gekweekt kan worden en ook andere planten uit een warmer klimaat kunnen overwinteren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek