oraliteit
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het oraal zijn ((psychologie) het in de orale fase verkeren ?)
Etymologie
*afgeleid van oraal
Vertalingen
Fransoralité
Spaansoralidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*afgeleid van oraal