opzien
/ˈɔpsin/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) ~ naar: in hoog aanzien hebben, van hogere status achtenHij heeft altijd opgezien naar zijn oudere broer.
- (inerg) ~ tegen: iets met angst en vrees bekijkenHij heeft ontzettend opgezien tegen die operatie.En nu leek ze zo opgelucht, alsof ze dat gezegd had wat moeilijk was en waar ze tegen op had gezien.
Vertalingen
Engelslook up, dread
Duitsfürchten, fürchten
Spaansadmirar, repetar, temer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek