opwarmen
/ˈɔpwɑrmə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) warmte toevoegen aan ietsHij warmde zijn koffie wat op in de magnetron.De volle fles legde ik tussen mijn benen in de hoop mijn slaapzak iets op te warmen.
- (erga) een proces van temperatuurstijging ondergaan‘Met klimaatplannen die nu op tafel liggen, zal de aarde 2,5 tot 2,9 graden opwarmen’[https://www.nrc.nl/nieuws/2023/11/20/klimaatplannen-wereldwijd-zijn-verre-van-toereikend-a4181467 www.nrc.nl (20 nov 2023)]Het onweert vaker 's middags of 's avonds. "Dat komt doordat de lucht gedurende de dag vaak opwarmt en het 's ochtends nog niet warm genoeg is om onweer te veroorzaken", zegt de woordvoerder van Weerplaza. Als het 's nachts onweert komt dat vaak doordat onweersbuien overwaaien uit buurlanden als België en Frankrijk.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek