optocht
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- is een georganiseerde trektocht, die meestal gehouden wordt om iets te manifesterenEen optocht is een gecoördineerd gebeuren. Vaak willen de mensen in de optocht de toeschouwers iets vertellen.Van lieverlede werd hij echter beschouwd als de 'vriend der kinderen'. In Nederland leest men over het St. Nicolaasfeest voor het eerst in het jaar 1360. De koorknaapjes in Dordrecht kregen er vrij voor. In optocht trokken zij door de stad en bedelden, met een smekend gebaar, hun bisschopsgeld bij elkaar. Maar in de zeventiende eeuw werd dit verboden!
Vertalingen
Engelsparade, procession
Fransdéfilé
DuitsUmzug
Spaansdesfile
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek