optassen

/ˈɔptɑsə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) in een hoge stapel verzamelen
    Binnen achter het raam was onze veilige plaats - niet in het minst omdat we zijn vloeken dan niet konden horen. Koolstof, zweet, houtspaanders en geweldige dreunen, plus naderhand een grote berg klein hout die wij moesten optassen in de achterste stal, waar ook het varken stond.
  2. ditr, verouderd (ditr) (verouderd) iemand met iets zwaars belasten (zowel letterlijk als figuurlijk)
    {{ouds|1864/83