opstijging
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het oprijzen in de hoogte
- gevoel van ongesteldheidHet proces van opstijging wordt gestuwd door Eros met zijn enorme impuls en kracht.'Zegt u eens, goede vriend, hebt u last van windenlaterij, een zwaar gevoel in de onderbuik en opstijgingen van rotte lucht? 'Nog dieper tastte Bergsma in hem door: hij liet zijn ziel nu los en greep hem bij het ingewand.
Etymologie
*afleiding (nomact) van opstijgen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek