opstarten

/ˈɔpstɑrtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. beginnen vanuit een rusttoestand, voor de eerste keer beginnen
    Hij moest na de vakantie zijn computer weer helemaal opnieuw opstarten.
    Het nieuwe bedrijf moest eerst opgestart worden.

Etymologie

* leenvertaling van "start up";

Vertalingen

Engelsrestart, reset
Fransremettre
Duitsaufstarten