opstap
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een verhoging die met één stap te bestijgen isIk gebruikte een opstapje om bij de bovenste boeken van de kast te kunnen komen.
- een kleine eerste stap die kan leiden naar iets groters of betersAutodiefstallen waren namelijk een opstapje naar zwaardere criminaliteit, zoals ze vroeger zeiden: met het kleine begint men, bij het grote houdt men op.
Vertalingen
Engelsrung, stair, step
Fransmarchepied
Spaansgrada, peldaño
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek