opstap

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een verhoging die met één stap te bestijgen is
    Ik gebruikte een opstapje om bij de bovenste boeken van de kast te kunnen komen.
  2. een kleine eerste stap die kan leiden naar iets groters of beters
    Autodiefstallen waren namelijk een opstapje naar zwaardere criminaliteit, zoals ze vroeger zeiden: met het kleine begint men, bij het grote houdt men op.

Vertalingen

Engelsrung, stair, step
Fransmarchepied
Spaansgrada, peldaño