opspuiten

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een stuk ondiep water verlanden door een mengsel van zand en water erop aan te brengen en het water weg te laten zakken
  2. erga (erga) spuitend omhoogschieten
    De waterstralen van de bedriegertjes die plotseling uit de grond opspoten zorgden voor veel vermaak.
  3. ov (ov) spuitend iets opbrengen
    Ze hadden er wat verf opgespoten.
  4. erga (erga) alle kanten ~ snel in alle richtingen vliegen of spuiten
    De modder spoot alle kanten op.