opspraak

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. publieke discussie, gewoonlijk in afkeurende zin
    Meent ze dat ze boven de opspraak is verheven?

Uitdrukkingen

  • in opspraak komenpublieke kritiek te verduren krijgen; in een schandaal verwikkeld raken