opschepen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. iemand ergens mee belasten terwijl je er zelf ook verantwoordelijkheid voor hebt
    Zij werd met de zorg van haar onhandelbare kind opgescheept.
    Hij scheepte haar op met het doen van de afwas.

Etymologie

* In de betekenis van ‘ten laste van een ander laten’ voor het eerst aangetroffen in 1733