opperzaal
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hoger gelegen zaal in een deftig huisEindelijk bracht men hem in de opperzaal van het Prinsenhof.Deze heren waren in een opperzaal tegen de straat: van tijd tot tijd gingen zij bij het venster en blikten met afgrijzen op de beenhouwers welke voor de deur lagen, als een hoop wolven die hun prooi afwachten.
Etymologie
* afleiding van zaal
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek