opperhuid
mannelijk/vrouwelijk (de)/ɔpərhœyt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (biologie) de bovenste laag van de huidDoor de brand was haar opperhuid ernstig beschadigd.
- (biologie) een laag cellen die de plantendelen omgeeft die geen kurkweefsel hebben voortgebracht
Etymologie
* afgeleid van huid
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek