opperbevelhebber

mannelijk (de)/'ɔpərbəˌvɛlɦɛbər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de persoon die aan het hoofd staat van het gehele leger
    De Amerikaanse president is tegelijkertijd opperbevelhebber.

Etymologie

*afgeleid van bevelhebber

Vertalingen

Engelssupreme commander
Spaanscomandante en jefe, generalísimo