opossum
mannelijk (de)/oˈpɔsʏm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (buideldieren) benaming voor zoogdieren uit de familie , die voorkomen in Amerika
- (materiaalkunde) bont van de buidelrat
Etymologie
*van "opossum", in de betekenis van ‘buideldier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1662
Vertalingen
Engelsopossum, opossum
Spaanszarigüeya
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek