oponthoud
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- tijd die men ergens verblijft
- onverwachte vertraging in gemaakte plannen
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘het ergens verblijven, vertraging’ voor het eerst aangetroffen in 1838
Vertalingen
Engelsadjournment, stay, delay
Spaansestancia, permanencia, retraso
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek