opluchting
vrouwelijk (de)/ˈɔplʏxtɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het gevoel bevrijd te zijn van iets dat dreigdeToen het gevaar van de tornado geweken was heerste er alom opluchting.De onthulling van de foto is voor Falcke een grote opluchting. ‘We hebben hier 25 jaar op gewacht. En toen ik eindelijk wist wat eruit kwam, mocht ik er niet over praten. Nu is het openbaar en is deze foto niet meer van ons alleen, maar van iedereen’, laat hij aan de telefoon weten. de Volkskrant George van Hal 10 april 2019 [https://www.volkskrant.nl/wetenschap/astronomen-maken-eerste-foto-van-een-zwart-gat~b4f63b86/ Astronomen maken eerste foto van een zwart gat]Ik voelde een immense opluchting aangezien ik dacht dat we nu veilig waren.
Etymologie
* van opluchten
Vertalingen
Engelsrelief
Franssoulagement
DuitsErleichterung
Spaansalivio, desahogo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek