oplossen

/ˈɔplɔsə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga, scheikunde (erga), (scheikunde) een homogeen mengsel gaan vormen met een vloeistof, in een vloeistof verdwijnen
    Goud lost op in kwik.
  2. ov, scheikunde (ov), (scheikunde) een homogeen mengsel doen vormen
    We losten goud op in kwik.
  3. ov (ov) opheldering brengen inzake een probleem
    Dat lost de moordzaak niet op.
    Mijn vrouw moest tenslotte het gezin en onze B&B draaiende houden en alle onvoorziene problemen alleen oplossen.
    Dat komt doordat Schiphol laat met de beperking van het aantal reizigers kwam en de gevolgen voor de vliegmaatschappijen en reisorganisaties nog maar deels bekend zijn. Die hebben dus nog een puzzel op te lossen.
  4. erga (erga) verdwijnen
    Hij was in het niets opgelost.
  5. ov, wiskunde (ov) (wiskunde) het gevraagde uit de gegevens berekenen
  6. ov (ov) tot een bevredigend einde brengen
  7. refl (refl) zich ~: uiteengaan

Vertalingen

Engelsdissolve, dissolve, solve
Fransdissoudre, résoudre
Spaansdiluirse, disolverse, disolver
Japans解決する, かいけつすつ, kaiketsu suru
Turksçözünmek, erimek, çözündürmek
Poolsrozpuszczać się, rozpuszczać, rozwiązywać