opknappen
/ˈɔpknɑpə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) een proces van verbetering ondergaan, gewoonlijk wat betreft de gezondheidNa die behandeling is hij een stuk opgeknapt.
- (ov) verbeteringen aanbrengenZe hebben het huis een stuk opgeknapt met die verbouwing.
- voltooien, afmaken, doenDe rest zul je weer alleen moeten opknappen.' {{Aut|Herzen, Frank
Vertalingen
Engelstidy up
Fransarranger
Duitsherrichten
Spaansapañar, mejorar, arreglar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek