opklaren
/'ɔpklarə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (onpr) (meteorologie) Het ontstaan van open plekken in wat een gesloten wolkendek wasPlotseling klaarde het op en brak de zon door.
- (erga) bij uitbreiding een zonniger aanblik vertonenHet leek of de gezichten in de zaal een beetje opklaarden.
Etymologie
* In de betekenis van ‘klaar (doen) worden’ voor het eerst aangetroffen in 1641
Vertalingen
Engelsclear
Franss'éclairir
Duitsaufklaren
Spaansdespejarse, serenarse, escampar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek