operator
mannelijk (de)/ˌopəˈratɔr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wiskunde) symbool waarmee een functie [3] wordt aangeduid die een bepaalde bewerking uitvoert op één of meer operandenEen wiskundige operator.
- (beroep), (techniek) bedieningsvakman voor grote technische installaties in allerlei fabrieken en dergelijke, in het bijzonder in de procesindustrie, bedieningsdeskundige
- (bedrijfskunde), (techniek) een bedrijf dat grote technische installaties beheert
Etymologie
* van opereren
Vertalingen
Spaansoperador, operador
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek